Boekenbal 2014: Arie is mijn vriend

Foto gemaakt door Philip Huff

Foto gemaakt door Philip Huff

“Je was gisteren dronken he?” zegt mijn vriendin. “Ja?” zeg ik. “ Ja. Je hebt weer eens naast het toilet gepist.” Het is de bescheiden erfenis van het gelauwerde Boekenbal waar ik gisteravond toch maar even naar binnen wandelde. Een traditiegetrouw verslag.

Of hij even onze bandjes mag zien. “ Natuurlijk,” zeg ik. Hij schuift mijn bandje rond mijn pols en tuurt lang naar de toch wel erg grote scheur in mijn papieren bandje. Vers bemachtigd van twee violisten die vroeg klaar waren met spelen. Dezelfde deurwachter keek een kwartiertje terug nog van een afstandje toe hoe we aan het klungelen waren om de bandjes van hun breekbare polsjes af te wurmen. Maar blijkbaar is voor dit soort types het kwartier de magische grens waarop het geheugen gaat sputteren. En Prittstift doet wonderen. De portier wenst ons een fijne avond toe. Het is weer even wennen, maar het verklaart de erfenis naast het toilet. Een air van adrenaline vult de gangen waar auteurs, uitgevers, introducés en BN’ers zenuwachtig om zich heen kijken om elkaar mogelijkerwijs te begroeten. Drank is de redder die de tongen naar mate de avond vordert losweekt. Kluun boert erop los en Heleen van Royen kijkt alle camera’s in als een man die onder haar eigen galajurk gluurt.

In mijn zoektocht naar lucht kom ik vriend en dichter Matthijs tegen in de foyer. Zijn oom publiceert en Matthijs heeft zelf ook plannen. Met een wanhopige blik vanachter zijn brilletje bestelt hij drie biertjes, twee voor zichzelf en een voor zijn oom. Leuk is het hier niet, volgens hem, al heeft hij wel even leuk gesproken met die ‘Belg van de NRC’. Ik gooi twee verlaten glazen rode wijn bij elkaar en ga op pad.

De wijn is niet te zuipen. Maar gelukkig zie ik een bekend gezicht. ‘Arie!’ Ja, Arie Boomsma, ja. Hij is mijn buurman in Bos en Lommer. En mijn vriend. Tenminste, dat is wat ik tegen iedereen zeg: Arie is mijn vriend. Hij woont in Bos en Lommer weet je wel. Net als ik. Arie knikt ook, als ik dat tegen hem zeg. Op de dansvloer is het tijd om te netwerken. Ik zie op hoge hakken de hoofdredacteur van Parool staan – de krant waarvoor ik nog weleens een stukje tik. “Hoooi,” zwaai ik. “Hoooi,” zwaait ze terug. Goed genetwerkt.

En dan een hand op mijn rug. “Hee Guido!” Mijn hart slaat over: Elle van Rijn. Auteur, actrice en mijn sjans van de laatste keer. In zwarte jurk. Lachend naar mij. “Dit is de jongen van dat leuke stukje,” roept ze tegen de hoofdredacteur. Maar haar klanken verdwijnen in het gezwijmel van de maatpakken die haar bij me wegtrekken. Gelukkig is daar Arie weer. Mijn vriend. Met joint. Halleluja! Twee jongens vragen of Arie en ik broers zijn. “Ja,” zegt Arie. “Dit is mijn broer.” Ze nemen ons op de foto en steken een verhaal af over broederliefde. Ik knik. En weet het nu zeker. Arie is mijn vriend.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s