Mot met de motormonteur

Toen zijn maatje 46 met stalen neus voor de tweede keer op mijn scheen belandde en de binnenkant van zijn hand met grote snelheid op mijn gezicht klapte, kreeg ik door dat het menens was. De bierflesjes en de met olie gevulde jerrycan die hij zojuist nog naar mijn hoofd torpedeerde, had ik moedwillig geprobeerd op te vatten als dronkemansgrap. Maar Marcel keek niet blij.
Hij liep terug naar mijn motor om de klus te klaren. Met overtuiging knoopte hij zijn broek weer open om de halve liters heineken en fles bourbon, die ik daarvoor met hem had opgedronken, over mijn tweewieler heen te urineren. Mijn brandende schenen en tintelende wang deden mij besluiten dit keer maar niet op zijn nek te springen om zijn tweehonderd kilo zware lichaam ten val te brengen. Hij was mijn monteur en legde het nog even streng uit: “Ik heb hem nu ingeheiligd.” Ik taaide, met gebogen hoofd, af.
Thuis in bed, kon ik de slaap niet vatten. Wraakzuchtig overpeinsde ik hoe ik hem de volgende dag tegemoet moest treden. Ik moest mijn half afgebouwde motor de volgende ochtend nog afklussen in zijn garageloods, dus de confrontatie was onvermijdelijk. Doen alsof er niets was gebeurd, was natuurlijk geen optie. Hem vertellen dat hij echt te ver was gegaan en excuses eisen, was toch wel het minste. Maar zijn blik als hij een stevige drol op zijn zadel aantrof, stemde mij nog het meest vrolijk. Voor de zekerheid schafte ik de volgende ochtend een roze spuitbus aan, want zo’n afgekeurde Hells Angel zou het vast niet cool vinden om bij het stoplicht weg te trekken op een knalroze BMW.
Met twee vrienden, Joris en Gijs, arriveerde ik een uur later op de gewraakte plek. De sfeer was gespannen. Joris had al eerder ruzie met Marcel gehad over twee tientjes en een fles drank en de motor van Gijs stond in dezelfde loods achter slot en grendel. De sleutel van het slot zat in de achterzak van Marcel, vlak onder zijn bouwvakkersdecolleté, een moeilijke positie. Gijs liet me daarop weten dat hij het misschien geen goed idee vond om de BMW van de beul met een spuitbus onder handen te nemen. Hij moest nog terugkomen, ik niet.
Met onheldere plannen en onzekere blikken kwamen we aan bij de loods. Ik gaf het gevaarte minzaam een hand. Hij had ook slecht geslapen en spijt van zijn daden. Toen hij zijn hand vriendschappelijk op mijn schouder positioneerde en mij vragend aankeek, voelde ik mijn ruggengraat krommen : “Ben ik wel voor dit soort oorlogstaferelen gemaakt?”
Maar de zorgvuldig geplaatste opmerking van Joris – die blijkbaar zin had in spektakel – ‘dat ik helemaal niets had hoeven betalen voor de pisbeurt en klappen toe’, herinnerde mij aan mijn vervlogen eer. Gijs maakte ook nog een vriendschappelijk gebaar. Achter de container legde hij een drol en ving hem liefkozend op in een plastic zak. We hadden in ieder geval iets achter de hand.
Na een uur sleutelen kwam dan toch het moment. Ik moest plassen. Beseffend dat er helemaal geen toilet in de buurt was en dat ik Marcel voor altijd met gebogen hoofd tegemoet moest treden als ik de avond ervoor zou negeren – door het bijvoorbeeld netjes in de bosjes te doen – besloot ik ervoor te gaan.
Met mijn vrienden achter me en Marcel rommelend in zijn container rechtte ik mijn rug en spreidde ik mijn benen voor de BMW van Marcel. Alhoewel het gebeuk van metaal in de container niet bepaald geruststellend klonk, leegde ik mijn blaas met een zeker gevoel van opluchting over zijn motorfiets. Van links naar rechts, netjes over zijn voorwiel, tank, motorblok en achterwiel. Over mijn schouder kijkend zag ik hoe Gijs en Joris goedkeurend toeknikten en in hun vuisten stonden te proesten. Ik probeerde af te knijpen toen Marcel met een langwerpig object de container kwam uitlopen, maar de druk was nog te hoog. “Niet over het zadel, hé!” riep hij lachend toe en begon rustig de ruitenwissers van zijn auto te monteren. Verbouwereerd knoopte ik mijn broek weer dicht. Hij matste me met de bon.

Marcel (rechts), Joris (midden) en ik (Guido) sleutelend aan mijn motor toen er nog niks aan de hand was

Marcel (rechts), Joris (midden) en ik (Guido) sleutelend aan mijn motor toen er nog geen vuiltje aan de lucht was

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s