Een heer van stand en toch bankroet

bankroet

Het aantal persoonlijke faillissementen is in tien jaar tijd meer dan verdubbeld. De middenklasse raakt in de problemen.

Door Guido van Diepen / verschenen in Het Parool 18 oktober

“Ik heb veertig jaar het vlees van mijn botten gewerkt,” zegt de Jaap Meijer (57). “Ruim twintig jaar ben ik ambtenaar geweest. Ik had een eigen recreatiebedrijf, en ik heb enkele jaren gewerkt als wethouder in Muiden. Toen de rechter zei: ‘Hierbij verklaar ik u failliet’, was dat na jaren hard werken echt even slikken.”

Meijer werd februari dit jaar persoonlijk failliet verklaard door de rechtbank. Dat betekent dat hij als natuurlijk persoon volledig bankroet is. Vanaf dat moment kwam zijn bankrekening en post volledig in handen van de curator. Meijer: “Als de deurwaarder langs komt, worden alle kasten en laden opengetrokken waar je bijstaat. Gelukkig had ik weinig waardevolle spullen in huis.”

Middenklasse in problemen

Volgens curator Margreet van Bommel van Spuistraat 10 Advocaten zijn de tijden rigoureus veranderd. “Door de crisis zie je steeds meer hogeropgeleide mensen failliet gaan. Dat zijn mensen met huizen en gewone banen. De middenklasse raakt in de problemen. Voorheen waren het vooral de sociaal zwakkeren die bij wijze van spreken teveel bij de Wehkamp hadden besteld en consumptieschulden hadden. Maar tegenwoordig gaan steeds meer mensen failliet doordat ze hun baan kwijt zijn.”

Ook de huizencrisis heeft grote invloed op het aantal faillissementen, zegt Van Bommel. “Door de waardedaling van de huizen zitten veel gewone Nederlanders, die verder geen sociale problemen hebben, met een schuld van tienduizenden euro’s. Het gaat echt om hele grote bedragen. De banken krijgen dat geld ook niet terug. Dat is een heel groot probleem.”

Joke de Kock, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren (NVVK), bevestigt dat de de groep schuldenaren verandert. “Waar het vroeger meestal bijstandsgerechtigden betrof met beperkte financiële kennis en vaardigheden, zien onze leden nu meer goedopgeleide mensen met capaciteit en mensen met inkomen uit werk aankloppen.” Waar in 2010 al een trend zichtbaar was dat mensen met een modaal en bovenmodaal inkomen steeds vaker in de schulden raakten, was het vorig jaar voor het eerst in de geschiedenis dat meer mensen met inkomen dan mensen met een uitkering zich meldden met schulden.

Persoonlijk failliet laatste strohalm

Volgens Peter Hein van Mulligen van het CBS krijgt de consument pas echt last van de crisis de komende jaren, doordat de koopkracht verder achteruit gaat. Hij voorspelt daarmee een stijging in persoonlijke faillissementen. Het jaarlijkse aantal persoonlijke faillissementen is in twaalf jaar tijd gestegen van 919 naar 2391 gevallen. De laatste jaren is het aantal ietwat gestabiliseerd, maar dat komt volgens Van Mulligen omdat de crisis niet direct invloed had op de koopkracht. “De prijzen stijgen op dit moment harder dan de lonen. Bovendien is een persoonlijk failliet een laatste strohalm. Het duurt altijd even voordat het zover is.”

Voor Meijer begon het allemaal met de echtscheiding. Zijn ex-vrouw verhuisde en hij bleef met zijn twee zoons in het echtelijke huis wonen. Uiteindelijk besloot hij het huis toch te verkopen. Met zijn zoons kocht hij een flat in Weesp. Maar hij kwam van een koude kermis thuis toen de huizenmarkt instortte in 2008. Vijftien maanden lang zat hij met een dubbele hypotheek. “Onderhandse lening hier, onderhandse lening daar,” zegt Meijer. “Het ene gat dichtte ik met het andere. Toen ik ook nog eens twaalfduizend euro terug moest betalen, omdat ik blijkbaar een jaar lang onterecht wachtgeld had ontvangen als oudwethouder, zat ik echt in de penarie.”

De gemeente Bussum waar hij op dat moment woonde, weigerde een schuldsaneringsregeling te treffen. “Ik ben psychiatrisch patiënt. Hun argument was dat ik daardoor geen afspraken kon nakomen. Ik stond echt met mijn oren te klapperen. Dat vond ik echt heel erg. Ik heb altijd kunnen werken.”

Het hakbijlmoment

Volgens Van Bommel heeft Meijer zich persoonlijk failliet laten verklaren met de bedoeling om toegelaten te worden tot de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen, een driejarig traject waarna je schuldenvrij wordt verklaard door de rechtbank. Het faillissement is volgens Van Bommel het ‘hakbijlmoment’, want vanaf dan vallen alle bezittingen en schulden onder beheer van de curator. “De bankrekening en de post worden geblokkeerd,” zegt Van Bommel. “Vanaf dat moment gaat alles via mij. En ja, ik maak ook weleens een liefdesbrief open, of post van een familielid met dezelfde naam. Dat is vervelend voor de gefailleerde. Maar die krijgt ook weer lucht, omdat ik alle post van schuldeisers beantwoord met uitleg over het faillissement, en zorg dat ze tijdelijk stoppen met vorderen.”

De curator controleert de bankrekening ook op inkomsten of grote aankopen. “Opgebouwd pensioen moet ingeleverd worden. Sieraden, auto’s of een tweede huisje worden verkocht. Alle bovenmatige inboedel vorder ik in.” Waar de grens ligt, verschilt per curator, zegt Van der Bommel. “Maar ik geloof dat de meeste curatoren een flatscreen niet meer als bovenmatig eigendom kwalificeren. Meneer Meijer mocht zijn auto houden om gezondheidsredenen.”

Schuld en schaamte

Op een gegeven moment word je ‘laconiek’, zegt Meijer. “Maar wat ik echt erg vond, was om het mijn zoons te vertellen,” zegt hij. “Dat ik heb gefaald als vader. Gelukkig mochten ze de televisie en X-box houden. Ik kan het maar moeilijk verkroppen dat zij nu ook aan het huishouden moeten bijdragen.”

Jacqueline Zuidweg, directeur van schuldhulpverleningsorganisatie Zuidweg en Partners, spreekt van ‘schaamte in kapitalen letters’. “Schaamte is voor veel mensen een blokkade om hulp te zoeken. Plots beseffen dat je gefaald hebt, kan hard aankomen. Mensen generen zich voor hun omgeving, vertellen het niet aan hun partner en stappen niet naar de schuldhulpverlening, met grotere schulden als gevolg.”

Blinde vlek voor tegenslag

Redenen om failliet te gaan, zijn er in overvloed, zegt Zuidweg. Waar op persoonlijk vlak echtscheidingen en ziekte een rol kunnen spelen, is op bedrijfsmatig vlak de crisis van grote invloed. Vooral de bouw, de zakelijke dienstverlening en de detailhandel hebben harde klappen gehad, zegt Zuidweg. “Zelfstandigen met een eenmanszaak moeten uitkijken, want die kunnen ook persoonlijk failliet raken. De schuld kan direct op hun persoon verhaald worden.” Het aantal zzp-ers met schulden stijgt dan ook, volgens De kock. “Door de crisis zijn veel bouwprojecten stilgelegd en zijn mensen in de bouw voor zichzelf begonnen,” zegt ze. “Maar veel van die mensen hebben geen verstand van fiscale zaken. Dan staan ze aan het eind van het jaar te kijken dat ze behalve omzetbelasting ook nog inkomstenbelasting moeten betalen.”

Voor de crisis was alles welvarend en waren ondernemers verwend, zegt Zuidweg. “Veel mensen dachten: ‘ach, die donderbui waait wel over’. Zeker ondernemers zijn vaak optimistische mensen met doorzettingsvermogen, maar die hebben ook vaak een blinde vlek voor tegenslag. Tegenwoordig moet je rekening houden met die donderbui. Als je als zelfstandig ondernemer een detailhandel opzet en vervolgens een grote supermarkt op de hoek ziet verschijnen, moet je goed nadenken of het wel de moeite waard is om door te gaan. Ondernemerschap is de mooiste spiegel die er is, maar je moet er wel durven inkijken.”

Maar waar ondernemers vaak nog een slagvaardig of bijdehand karakter hebben, hebben sociaal zwakkere mensen in de bijstand of met minimumloonbaantjes het toch nog het lastigst, meent Van Bommel. “Het is tegenwoordig bijna ondoenlijk om fatsoenlijk rond te komen in de bijstand, zeker als je ook nog kinderen hebt die af en toe nieuwe gympen nodig hebben. Maar ook voor iemand met drie schoonmaakbaantjes kan het tegenwoordig lastig zijn om een gezin te onderhouden. Ik ben voorzichtiger geworden met zeggen: ‘een faillissement, dat overkomt mij nooit’.

Licht aan het eind van de tunnel

Volgens Jacqueline Zuidweg denken veel mensen onterecht dat een faillissement een goed idee is om uit de schulden te raken. “Als je failliet gaat, betekent dat niet dat je schuldenvrij bent. De schuldeisers staan na opheffing van het faillissement gewoon weer bij je op de stoep.” Als schuldenaar kun je bijgestaan worden door het minnelijke traject in te gaan, wat betekent dat je via een hulpverlener direct regelingen treft met je schuldeisers. Je hebt dan zelf nog inbreng in het traject.“Ondernemers zijn vaak daadkrachtige mensen en behouden graag hun vrijheid. Die leg je als schuldhulpverlener niet zomaar aan de ketting – dan zegt hij: toedeloe!” Voor mensen die het niet lukt om uit de schulden te komen, is er ook het wettelijke traject, de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP). De rechter bepaalt eerst of de schuldenaar daarvoor in aanmerking komt. Zuidweg: “Het is een heel zwaar traject, waarbij je maximale inspanning moet leveren en waarbij een bewindvoerder over je post, bezittingen en bankrekening gaat. Als je nog geen baan hebt, moet je verplicht solliciteren, kinderen of niet. De bewindvoerder bepaalt hoeveel geld je krijgt en draagt de rest af aan de schuldeisers. Het is drie jaar op een houtje bijten, maar daarna ben je wel volledig schuldenvrij. Zelfs als de volledige schuld bij de eiser nog niet is ingelost, word je na het traject door de rechter schuldenvrij verklaart. Er is dus licht aan het eind van de tunnel. ”

Nederlanders en Aziaten zoeken het liever zelf uit

Schaamte speelt een grote rol bij faillissementen. Tijdens haar loopbaan als curator merkte Margreet van Bommel dat verschillende bevolkingsgroepen anders omgaan met een bankroet. “Over het algemeen heerst er bij mensen een gevoel van verslagenheid,” zegt Van Bommel. “Met name Aziaten schamen zich voor hun omgeving als ze in de schulden raken. Die delen dat niet snel met hun familie of vrienden. Ze hechten meer waarde aan stand en klasse en zijn bang voor gezichtsverlies.”

Allochtone bevolkingsgroepen zoals Marokkanen, Turken en Surinamers worden juist sneller opgevangen door hun familie als er geldproblemen zijn, zegt Van Bommel. “Die culturen zijn wat gastvrijer. De familie zegt sneller: ‘kom maar bij ons eten’. De hulp wordt makkelijker aangeboden.” Bij Nederlanders gaat dat heel anders, zegt de curator. “Nederlanders krijgen minder snel hulp van familie of vrienden, maar ze vragen er ook minder snel om. Ze willen het liever zelf uitzoeken.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s