‘Moeten we nu maar hasj nemen?’

Qat, het drugsplantje waarop Oost-Afrikanen graag kauwen, wordt ook in Nederland verboden. De gebruikers begrijpen de noodzaak niet. ‘Het is gewoon groente, net als sla.’

Abdulrahman (45) staat er in zijn blauwe overal, petje met oorwarmers en een pakje shag een beetje verlaten bij. Hij had in plaats van een groep journalisten gehoopt op een nieuwe lading qat. De drug, die bijna dagelijks met duizenden kilo’s vanuit een vrachtwagen wordt verhandeld in de loods op de Anthony Fokkerweg in Uithoorn, komt binnenkort op de opiumlijst te staan en wordt daardoor verboden. “Onzin,” vindt de Eritreeër. “Den Haag is gewoon gestoord. Het is nog minder gevaarlijk dan drop.”

Hij werkt om de hoek bij een kwekerij en gebruikt naar eigen zeggen drie á vier keer per week qat. Een bosje van de takjes met blaadjes ten koste van twee euro is meestal genoeg. “Na mijn werk kauw ik een paar uurtjes terwijl ik lees of televisie kijk. Ik wordt er rustig van. Dan naar bed.” Als het verboden wordt, is er niets aan de hand, zegt hij. “Als het niet komt, dan komt het niet. Het is geen heroïne ofzo. Ik hoef dan echt niet naar de afkickkliniek.”

Hij geeft toe dat de handel overlast geeft op het industrieterrein. “Mijn werkgever heeft last van de drukte. Zeker als de lading laat is, blijven de mensen op straat hangen tot hun portie arriveert.” Maar voor Abdulrahman is dat geen probleem. “Dan kan ik gezellig ouwehoeren met die andere Afrikanen.”

Maar wat de qatliefhebber gezellig vindt, ervaart Jacques Catsman (44) – die in dit geval niet kan lachen om zijn achternaam – als een grote last voor zijn autoschadebedrijf recht tegenover het qatdistributiecentrum. “Als ze weer met zo’n vrachtwagen van Schiphol aan komen rijden staan ze hier soms wel met honderden tegelijk. Dat is gewoon geen gezicht. Ze rijden in barrels van auto’s die met plakband aan elkaar hangen. Op zo’n moment zijn er klanten van me die hier niet voor de deur durven te stoppen. Die denken dan, ik rij wel even door. Ik loop gewoon omzet mis.”

Ook de pompbediende op de hoek van de straat kan over de overlast meepraten. Hij wijst naar het briefje ‘defect’ op de koffieautomaat. “Hij is niet kapot, maar we willen niet dat ze hier met zijn allen komen hangen als de lading te laat is. Zeker als het koud is, en daar houden ze niet van, wordt het hier veel te vol. Met de koffie spoelen ze de bittere smaak weg.” Hij is zelf ook wel eens naar de overkant gelopen om een bosje te proberen, maar dat was niet voor herhaling vatbaar. “Ik werd alleen maar misselijk.” Toch profiteert het tankstation ook van het qatdistributiecentrum. “Als ze hun achterbak of bestelbus hebben volgegooid met qat, komen ze hier hun tank volgooien.”

De Somaliër, Mahamud Abdalahai (45), komt net het terrein oprijden met twee vrienden en zijn zoon. Hij trekt de achterbak van zijn stationwagon open en wijst op drie dozen gevuld met opgerolde bosjes qat die hij gisteren heeft ingeslagen. “Deze lading moeten we morgen weggooien. Je kunt het alleen vers gebruiken. Daarom komt er bijna dagelijks een nieuwe vrachtlading.” Abdalahai rijdt vier dagen op en neer vanuit Wolvega om verse qat in te slaan. Hij distribueert het weer aan liefhebbers in Friesland. “Mensen moeten begrijpen dat het ongevaarlijk is,” zegt hij. “Het is gewoon groente, net als sla. Alleen dan gezelliger.” Hij houdt het bosje qatbladeren demonstratief in de lucht. “In Nederland zijn wel coffeeshops om te blowen, maar wij Somaliërs mogen geen plek hebben om qat te kauwen. Moet ik soms in hasj gaan handelen?”

Roel Kerssemakers van Jellinek vindt het verbod ook geen goed idee. “Iets verbieden is makkelijk, maar of het iets zal uitmaken is een tweede.” Volgens de preventie-expert is 90 procent van het gebruik recreatief. “Zie het als koffie, thee of een biertje drinken met elkaar. Het is een sociale gebeurtenis. De mensen worden er praterig van.” In Somalië kauwen drie op de vijf mannen regelmatig qat, stelt hij. “Het zit gewoon in hun cultuur. Met een verbod ontneem je dus 90 procent van de gebruikers een onschadelijke en positieve ervaring. Die 10 procent probleemgevallen verzinnen bovendien wel alternatieven voor hun gebruik.”

Ontwikkelingswerker, Niels ten Oever, die voor zijn werk regelmatig in Somalië en Ethiopië verkeert, is het hier niet mee eens. Drie jaar geleden werkte hij mee aan de Youtube-documentaire, Jimma, over de sociale impact van qat-gebruik in Ethiopië. “Het is geen farmacologisch, maar een sociaal probleem. De mannen gebruiken het uit verveling, maar laten ondertussen de vrouwen al het werk doen, terwijl zij zitten te kauwen en te kletsen. Door het qat-gebruik komen ze niet uit de negatieve spiraal van het nietsdoen. Ook in Nederland hebben we ermee te maken.”

Maar daar is de verontwaardigde Abdulrahman het absoluut niet mee eens. “Meer dan de helft van de mensen die hier qat kopen, werkt ook in de buurt. Overdag werken we en ’s avonds kauwen we af en toe qat. Meer niet.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s