Koerier zonder rem is geen kamikazefietser

Fixed gear fietsen worden steeds populairder in de stad. Vorige maand opende een nieuwe winkel in de Westergasfabriek. Maar de koeriers die er mee werken zitten niet te wachten op een hype. Ze willen af van het beruchte imago van de remloze fiets.

Ze hebben allemaal een rem,” verzekert bedrijfsleider Stefan Vis (32) van Kaptein Fixmeisters, gespecialiseerd in fixed gear fietsen. De fietsen hebben volgens hem onterecht een naam als brokkenmakers. Vis, wielerpetje op zijn hoofd, zilveren oorringen, spijkerbroek en t-shirt met opdruk van Eddy Merckx als zombie, zweert bij de gestripte tweewieler. Met een verstelbare tang draait hij het balhoofd van een fiets aan. “Eigenlijk had ik al lang een steeksleutelset moeten kopen, maar dit werkt nu eenmaal ook prima.”

Minimalisme is geen vies woord in de nieuwe fietsspeciaalzaak. Stukken pallet aan de muur dienen als ophangborden voor onderdelen en de frames zijn met kettingen aan de plafondbalken opgehangen. De fixed gears, ook wel fixies of doortrappers genoemd, omdat de pedalen zowel voor- als achteruit met de wielen meedraaien, staan in alle kleuren opgesteld. De prijskaartjes varieren van 500 tot 3400 euro. Ze hebben één ding gemeen: weinig onderdelen.

De achterliggende filosofie is volgens Vis minder romantisch dan het lijkt: “Geld.” Hij gaat met zijn hand langs een ongepolijst fietsframe met de opdruk Suicycle. “Hoe minder materiaal, hoe minder er kapot kan gaan. Soms halen we zelfs de verf van de fietsen af. Roest is best mooi.”

Met de komst van de winkel op het Westergasterrein heeft het wereldje van Nederlandse fietskoeriers eindelijk een hangout. De winkel werd een maand geleden geopend met een alleycat – een race door de stad – midden in de nacht. Ondanks de kou deden ruim dertig mannen en vrouwen mee aan de ongeveer twee uur durende competitie, waarbij de hele stad als parcour gebruikt mocht worden. Bij het zesde en laatste checkpoint stond een gloednieuw fietsframe te wachten op de winnaar. Voor een fixed gear-rijder al bijna een hele fiets.

Fietskoerier Michael Pouwels (42) komt graag in de winkel. Hij draagt hoge leren laarzen met metalen puntneuzen. “Om taxi’s mee te schoppen,” grapt hij. Zijn motto is ‘clean talk, dirty bikes’. “Daarmee zetten we ons af tegen hippe mensen die stoer over fietsen praten, maar op brandschone fietsen zitten, puur voor het imago.”

Want de winkel trekt ook ander volk; de onafhankelijke lifestyle en het minimalistische karakter is erg in trek bij stedelijke hipsters, die wel graag een mooie fiets bezitten.

Andy Duncan (52) draagt zijn fiets met enige trots over de drempel. Kijk, zo ziet een echte koeriersfiets eruit,” klinkt het door de ruimte. “Alles is vies, behalve de ketting.” De sticker ‘this bike is not a fashion item’ is door de modderspetters nog net te lezen.

Volgens Duncan, naar eigen zeggen ‘bicycle philosopher’, is de fixie een verlengstuk van je lichaam. “Het is één op één. Doordat het achterste tandwiel vastzit in het wiel heb je via de pedalen direct contact met de grond,” zegt Duncan. “Je hebt meer grip; de druk voel je in je benen. De fietservaring is veel intenser.”

Doortrappers werden oorspronkelijk voor de baanwielrensport gebruikt. Maar toen de sport aan populariteit verloor, bleven steeds meer baanfietsen op zolder staan. Het waren de fietskoeriers met lage loontjes in New York die wel wat zagen in de snelle tweewielers. Voor weinig geld namen de koeriers, die de grote straten van de stad snel moesten doorkruisen met hun pakketjes, de fietsen over. Belangrijker dan de snelheid was de eenvoud: geen versnellingen, geen bagagedragers en voor sommige, ook geen rem.

Jur (37), de winnaar van de laatste alleycat-race, is vanavond aan het koerieren. Hij draagt vingerloze handschoenen, heeft zijn broekspijpen opgerold, een rugzak om en een fietslampje op de borst. “Vis, je hebt vijf minuten om dit boek te checken, dan moet ik weer door.” Het fotoboek met plaatjes van fietsen, tattoo’s en graffiti wordt gretig doorgebladerd. Jur rijdt naar eigen zeggen al tien jaar zonder rem, maar heeft zelden een ongeluk. “Het ziet er misschien stoer en snel uit, maar ik heb geen zin om tegen mensen op te botsen. En ik wil morgen ook gewoon weer kunnen fietsen.” Hij roept iets over een race in een tienverdiepingtellende parkeergarage met glad asfalt. Dan stapt hij op zijn fiets en schiet weer weg.

De doortrapfietsen hebben in de loop der jaren een berucht imago gekregen in de grote steden. Op internet circuleren filmpjes van koeriers die met hoge snelheden door het drukke verkeer van de grote steden manouvreren. Hier en daar is te zien hoe iemand flink onderuit gaat. Op websites wisselen fanatiekelingen maar al te graag hun zelfportretten uit met opgelopen schaafwonden, breuken, littekens en verminkte gezichten.

De methode om plots te remmen – fishtailen – vereist dan ook de nodige ervaring. Op Youtube staan filmpjes van fixierijders die hun noodstopkwaliteiten laten zien. Door met het bovenlichaam iets voor het stuur heen te leunen, vermindert de druk op het achterwiel. Dan is het een kwestie van je benen op slot zetten, waardoor het wiel stopt met draaien. Met een gecontroleerde zwiep wordt dan het achterwiel heen en weer geslingerd, waardoor de fiets tot stilstand komt. “Buitenbanden zijn een van de weinige onderdelen die wel eens aan vervanging toe zijn,” zegt Vis.

Hij heeft genoeg van de slechte verhalen over fixies. “De fietskoeriers zijn slachtoffer geworden van de hype. Als onervaren mensen gekke capriolen gaan uithalen, dan krijg je ongelukken. Maar de koeriers rijden al jarenlang probleemloos op fixies. Vroeger haalden we de remblokken er juist af, omdat we ze gevaarlijk vonden. Ze slijten snel en doen vervolgens hun werk niet meer. Een terugtraprem blokkeert weer op een gladde weg, een fixed gear niet.”

Toch worden de fietsen in de winkel allemaal uitgerust met handrem. Dat moet ook wel, want rijden zonder rem is verboden in Nederland. “Sommige mensen halen ze er zelf weer af, maar dat moet ieder voor zich weten.” Hij wijst naar een fiets, waarvan de remkabel direct het stuur in gaat. “Het stuur kan volledig ronddraaien, zonder dat de kabel in de knoop komt,” zegt Vis. “Handig bij vallen.”

Pouwels is een van de weinige koeriers die een racefiets heeft. En hij geeft toe, dat heeft zijn nadelen. “Bij slecht weer kan ik door de pekel om de haverklap mijn derailleur en remmen vervangen.” Toch koopt hij liever elke twee jaar een nieuwe racefiets, dan dat hij op een fixie moet rijden. “Met een fixie ben je constant aan het anticiperen en moet je ruim voordat je een kruising nadert al vaart minderen. Met mijn racefiets kan ik schakelen. Bovendien kan ik op een kruispunt aansnellen en op het laatste moment nog beslissen of ik wil remmen. Daardoor ben ik uiteindelijk veel sneller.”

Vis beaamt dat het een andere manier van rijden is. “De fixie is eigenlijk de diesel onder de fietsen. Je wil met een zo constant mogelijke snelheid door de stad. Niet te hard en niet te zacht. Het liefst pak je een groene golf, zodat je niet steeds hoeft te stoppen voor verkeerslichten. Anticiperen en uitrollen. Net als met het ‘nieuwe rijden’ bij auto’s.”

Die flow mentaliteit is precies wat medewinkeleigenaar Jeffrey Goudswaard aanspreekt. Van huis uit is hij een wielrenner, maar hij heeft zich op een gegeven moment laten verleiden tot de fixie. “Het subcultuurtje van de fixierijders heeft een ongedwongen karakter. Je doet je rugtas om en gaat fietsen met je maten.” Bij wielrennen is dat anders, volgens de fietsexpert. “Daar wil iedereen altijd als eerste thuis zijn en met het zwaarste verzet rijden. Het is agressiever en stijver. Wielrenners willen al snel een carbonframe en hartslagmetertjes, wat eigenlijk alleen voor westrijdrijden nodig is. Dat zul je bij fixierijders niet snel zien. Een fixie geeft een veel vrijer gevoel.”

Duncan vindt de hele discussie rondom die remmen maar onzin. Hij rijdt zonder. “Wat is een rem? Dat is een vertraging. Op fixies kun je vertragen, ook zonder remhendel. Mensen zien geen remhendel en denken meteen dat je niet kunt remmen.”

Maar Goudswaard neemt het zekere voor het onzekere. Zijn fixie is uitgerust met handrem. “Niet iedereen beheerst die remtechniek even goed. Daar moet je echt op oefenen.”

Het Kattebak Klassement: Stadsraces voor fietskoeriers

Het startschot van het Kattebak Klassement, de Nederlandse competitie van alleycats, straatraces voor fietskoeriers, wordt vandaag gegeven om 12 uur op de Dam. Snelheidsduivels uit het hele land verzamelen zich om als eerste alle checkpoints in de stad te hebben gepasseerd. De inleg is vijf euro, ‘winner takes all’. Soms zijn het tientallen en soms zelfs honderden mensen die meedoen. De totale competitie duurt een jaar, waarbij maandelijks een stad in Nederland of België wordt aangedaan. Degene die over het hele jaar het beste heeft gereden, wint de competitie.

Het woord illegaal nemen de deelnemers liever niet in de mond, maar niemand weet zeker of het eigenlijk wel mag. De alleycat heeft geen vast parcour, waardoor het juridisch nogal moeilijk is aan te duiden. Iedereen mag zijn eigen weg kiezen, zolang alle checkpoints maar worden aangedaan. Het komt dus niet alleen op snelheid aan, maar ook op stratenkennis.

De race is ooit opgezet door fietskoeriers in New York. Al snel werden de races in andere grote steden, zoals Berlijn en Londen georganiseerd. Sommige rijden op gevoel, anderen hebben hun iphone in een doorzichtig vakje in de mouw die de routebeschrijving van Google maps aangeeft.

Een maand geleden hield Kaptein Fixmeisters een nachtelijke proloog van het Kattebak Klassement. De route langs de zes checkpoints vormde hemelsbreed een hexagram op de kaart van Amsterdam. Na twee uur fietsen door de ijskoude nacht arriveerde de eerste koerier. Een fietsframe was zijn beloning.

Volgens fietskoerier Siep Miedema (33) is het karakter van de alleycat in de loop der jaren veranderd. Waar voorheen alleen koeriers meereden, doen tegenwoordig mensen uit alle lagen van de bevolking mee. “Je weet tegenwoordig niet meer of je tegen een koerier, een graphic designer of een advocaat racet.” Volgens Miedema is het niet prettig om een onervaren persoon in je wiel te hebben rijden. “Bij mij staat het al drie-twee,” zegt hij terwijl hij beduusd naar zijn beide sleutelbenen wijst. “Maar ik kan er zelf ook wat van. Vroeger zeiden ze altijd dat je minimaal drie meter bij me vandaan moest blijven, maar dat is op een gegeven moment vijf meter geworden. Als je in mijn wiel gaat zitten, moet je het zelf weten.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s