Binnenglippen bij het Boekenbal

Het boekenbalkaartje was net niet glad genoeg

Ik staarde naar het ingescande kaartje van het boekenbal op mijn scherm. Hoge kwaliteit, veel pixels, beetje Photoshop, net echt. Dat moet lukken, dacht ik. Doel: het Boekenbal binnenkomen en er een stukje over schrijven. Ik nam het dikste papier in huis en printte het product van mijn frauduleuze vakwerk tweemaal uit. Een voor mij en een voor een vriend. Ik smeerde wat libello op de letters om ze te laten glanzen, net zoals het origineel. Ausgezeichnet. Met een stanleymes was het scheurlijntje zo gezet. Ik trok mijn netste pak aan en ontmoette vriend Gijs achter in de lange rij voor de Stadsschouwburg. Vol goede moed.

In de rij begon het besef al snel door te dringen dat wij met onze ‘nette pakken’ meer op twee conducteurs leken dan op twee debutanten met een uitnodiging. Ik weet niet of het aan onze schichtige blikken lag waarmee we constant om ons heen keken, maar we vielen op. De kale uitsmijter bij de deur keek ons strak aan. Wij keken maar niet naar hem. Gestaag ontnam zijn blik me mijn enthousiasme. Ik besloot mijn kaartje alvast een beetje voor te scheuren. Bij mijn keurige voorburen die netjes een originele uitnodiging hadden zag ik dat het kaartje van glad papier was. Die van ons was grof…

Mijn hart ging open toen ik zag dat een jonge vrouw met een mooie lach bij de deur kwam staan om kaartjes in te nemen. Ik zweefde naar haar toe en overhandigde het kaartje. ‘Ik heb hem alvast voorgescheurd!’ riep ik net iets te hard. Haar blik ging langzaam naar het kaartje en richtte zich toen weer naar mij, zonder glimlach. ‘Dit is een vals kaartje!’ galmde het. Of ik even aan de kant wilde gaan staan. Gijs mocht naast me komen staan.

Niet lang daarna stond ik op de schouders van mijn vriend te balanceren om het zijbalkon van de Stadsschouwburg te bereiken. ‘Kut, daar heb je die kale knikker weer.’ fluisterde hij naar boven. De uitsmijter versnelde zijn pas. Mijn steunpilaar helaas ook. Ik klapte op de grond.

De persingang was het volgende doelwit. Gijs ging eerst. Al snel kwam hij de hoek weer om met een stevige hand van de kale gorilla om zijn nek gevouwen. Andere tactiek. ‘Meneer van de NOS! Gaat u weg? Mag ik uw bandje hebben?’ Het polsbandje kreeg hij niet af, maar hij had wat beters. Hij spelde het persbordje op mijn colbertje en gaf me een schouderklop. Met een rechte rug en een trotse tred liep ik de persingang binnen. De uitsmijter voorbij. Tenminste, dat dacht ik. ‘Heb ik jou net niet aan de andere kant naar buiten gezet?’ Ik zelfverzekerd: ‘Nee hoor, kijk maar. Ik heb een perskaart.’ Het beeld van de dikke pols van de NOS-man doemde in mijn hoofd op toen hij me naar mijn bandje vroeg. Ik realiseerde me dat mijn stukje zo langzamerhand wel in het water was gevallen. ‘Mag ik dan tenminste met u op de foto?’ De deur ging met een klap dicht. ‘Ach man, ik wil niet eens meer naar binnen!’ riep ik tegen de deur.

‘Inderdaad, je wil hier niet eens naar binnen,’ hoorde ik plots achter me. ‘Wat een elitair zooitje zeg.’ Schrijfster Rita Spijker liep naar buiten met haar dochter Yoko Heiligers, toevallig ook schrijfster. We besloten “na te gaan borrelen” in het Americain Hotel aan de overkant. We schrokken even van het kale hoofd van de barman, maar deze bleek gelukkig heel vriendelijk te zijn. Hij troostte ons met de gedachte dat de koning van het Boekenbal er ook niet bij kon zijn. ‘Harry Mulisch kwam hier altijd. Zijn dochter werkte hier achter de bar. Ken je dat verhaal dat hij zichzelf weleens liet omroepen? Een fabeltje hoor.’

Een Reactie op “Binnenglippen bij het Boekenbal

  1. Pingback: Boekenbal 2012 binnengeglipt..! | De Amsterdammer

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s